Duur en einde bewind
De duur van de onderbewindstelling is gelijk aan de periode waarin de lichamelijke of geestelijke beperking aanwezig is. Dit kan dus voor onbepaalde tijd zijn. Bewind wordt in principe beëindigd conform het Burgerlijk Wetboek “door het verstrijken van de tijdsduur waarvoor het is ingesteld en door de dood of ondercuratelestelling van de rechthebbende”.

Tevens kan het bewind op verzoek van de rechthebbende, de bewindvoerder of van degene die gerechtigd is om het instellen van beschermingsbewind te verzoeken, worden beëindigd.
Ook kan om verlenging worden gevraagd.

De wetgever heeft bepaald dat in principe vijfjaarlijks door de bewindvoerder verslag wordt gedaan aan de kantonrechter over het verloop van het bewind. Daarbij wordt geëvalueerd in hoeverre het bewind moet worden gecontinueerd en of dat er andere, minder vergaande, voorzieningen beschikbaar zijn om beheer te voeren over de goederen van de rechthebbende.
De bewindvoerder voorziet de kantonrechter hierbij van de noodzakelijke informatie in hoeverre de redenen nog aanwezig zijn die ten grondslag lagen aan het instellen van bewind. Hiermee wordt bevorderd dat een rechthebbende, wanneer de persoonlijke situatie is gewijzigd, sneller door kan stromen naar andere, passende vormen van dienstverlening en ondersteuning. Achtergrond hiervan is het principe dat beschermingsbewind een dienstverlening is die wordt geleverd wanneer dit feitelijk noodzakelijk is, en niet langer dan noodzakelijk. Het voeren van bewind over een persoon beperkt immers de rechten en vrijheden van deze persoon.

Interesse of meer info?


  06 - 124 67 890
contact@sustineo.nl

Miriam Mestrom